|
In dit de Ruyter jaar zijn inmiddels legio publicaties verschenen die verschillende aspecten van "leven en bedrijven van de heere M.A. De Ruyter"
betreffen 2 er is echter een belangrijk aspect nog nooit aan bod gekomen: het "Amphibisch Aspect".
De Ruyter heeft namelijk een aantal amfibische operaties uitgevoerd zoals Funen 1658 -West Africa 1664 - Chattam 1667 en Martinique 1674.
Chattam is de meest beroemde en Martinique de meest merkwaardige omdat een geslaagde landing van 4000 man binnen een dag werd afgeblazen! Reden voor een nader onderzoek! Wat had de Ruyter daar nou mee te maken hoor ik hier en daar al zeggen. Hij bracht de troepen naar het
strijdtoneel 3
en daarna ging de aangewezen legercommandant aan de slag. De prins van Oranje dacht daar echter heel anders over en besteedde twee artikelen aan deze landing in zijn instructies voor de reis van het eskader naar
Martinique 4
"Ende soo wanneer goet gevonden soude mogen worden, enige landinge te doen, sal den voorn. Lt Admir. de Ruyter wel hebben het commandement en cheff over de schepen van oorloge, die tot de voorsz. landinge sallen worden geemployeert, maar sal den voorrsz. Heere Grave van Hornes hebben het commandement en chef over de militie, mitsgaders de cleyne vaartuigen, tot de voorsz. landinge gedestineert sonden dat de voorsz. Lt Admiraal de Ruyter sich daarmede sal bemoeien.
Soo wanneer goet gevonden wordt, eenige landinge te doen, sal den voorn. Lt Admir. de Ruyter den gemelten Heere Grave van Hornes daer omtrent assisteren met soo veel bootsvolck, als eenigsindts sonder ondienst van den Lande sal kunnen geschieden"
De hoeveelheid orders die voor deze actie zijn verschenen laten zien hoe de Ruyter invulling gaf aan zijn opdracht en op welke wijze hij invloed uitoefende op het gebeuren.
De gedetailleerdheid van zijn orders laten ook zien waarom de Prins besloot in de instructies vast te leggen dat de Ruyter zich niet overal mee moest bemoeien!
Zo'n operatie begint natuurlijk al in het najaar met het vaststellen van de operatie doelen en het daaruit voortvloeiende vlootplan.
Dit plan werd op 3-2-1674 door de algemene staten goedgekeurd, maar door de vrede van Westminster 29-2-1674 veranderde het hele oorlogsbeeld toen Engeland af
viel. 5

Formulier van Patent
Politijck en militair Handtboecxken van de Staat
der Geünieerde Provinciën 1660, Legermuseum
p. 18.

Nu werd een nieuw plan opgesteld:
C. Tromp naar de Franse Westkust en de Ruyter naar de Franse Antillen. De sterkte van het Eskader de Ruyter (het separaat Eskader genoemd) werd vastgesteld op 18 oorlogsschepen, 12 branders en snauwen en 24
transportschepen. 6
Ondertussen werden de troepen aangewezen en toebedeeld aan de Admiraliteiten en over de schepen
verdeeld. 7
Het aanwijzen van de troepen (militie genoemd) hield ook in dat iedere kapitein een "patent" kreeg voor zijn compagnie, een soort
reisopdracht. 8
Op 18 5 beginnen de landingsorders te verschijnen, eerst nog voor het
scheepsvolk. 9
De scheepsbevelhebbers moeten het volk exerceren en bekwaam maken om de militie te kunnen steunen. Zij moeten gerangeerd worden in kompagnieën van 60 man, voor de grootste schepen 3 per schip zo aflopend tot 1 kompagnie voor de kleinere schepen. 2/3 te bewapenen met musketten en snaphanen en 1/3 met halve pieken. En als er niet genoeg wapenen zijn dan maar pistolen en enterbijlen. Verder moeten geschikte lieden opgeleid worden tot grenadiers (handgranaat
werpers)10.
De tassen voor de snaphanen en pistolen moeten wel voorzien zijn met patronen en vuurstenen en de gordels voor de musketten met kruit, loot en lonten. Op de plechten van de "boots" moeten "stukjes" (kleine en kanonnetjes) aangebracht worden.
Ook wil de Ruyter dat ieder schip een lijst inlevert met de namen van alle compagniescommandanten en compagniessterktes die aan boord gekomen zijn en tot welk regiment zijn
behoren 11.
Op 30 mei komt de Ruyter terug op zijn eerdere order van 18 mei waarbij hij aangaf dat de schepen matrozencompagnieën moesten leveren. Om daar eenheid in te krijgen moet dat natuurlijk exact geregeld worden.
"UittetHooft Esquadre connen worden geformeerd ende gewapent matroosen als volcht, alle te verstaan in Rijen en
Gelederen"12.
En dan volgt een opsomming van 12 compagnieën voor het eskader van de Ruyter en 22 voor het eskader Tromp met de voorgeschreven bewapening. (waar nu ook houwers onder worden gerekend) en de namen van de (scheeps)officieren die het volk zullen "Leijden".
Verwonderlijk is hier dat de vlootofficieren een officiële aanstelling krijgen als commandant over hun eigen scheepsvolk!
Door de Ruyter ondertekend en voorzien van een"spatum" waarop het Signet in Root Lack is
ingedruckt" 13.
Op 20-6 blijkt het noodzakelijk om nadere regels vast te stellen voor het verblijf aan boord van " 's Lands geëmbarkeerde Militie".
De Ruyter geeft samen met de troepencommandant een order uit waarbij de scheepswerkzaamheden worden geregeld.
O.a. werden er schildwachten in de kajuiten geplaatst. (2 voor admiraals en hoofdofficieren en voor een kapiteins kajuit 1 man)
Ook werd er een regeling getroffen voor het behandelen van kleine delicten, terwijl "swaere" delicten door een gecombineerde vloot/militie krijgsraad behandeld zullen
worden 14
Op 9 juli begint het serieus te worden met een order van de Ruyter voor "Slants schepen voor de
Landinge" 15

Boten en sloepen.
[boot: lang 32 voet, breed 8 voet; sloep: lang 42
voet, breed 9 voet]
Scheepsbouw ende bestier. N. Witsen Amsterdam
1671”
In 15 punten komen de volgende zaken aan de orde.
Alle schepen en boots moeten goed "gecalfet" zijn en "stuckjens" op de voorplecht hebben.
De matrozen die aan land gaan moeten goed kruijt in de kruitvaatjes en patronen hebben en kogels in de tassen die op hun wapens passen! 16
Ook moeten er mee met "werck" gevulde zeildoekse kussentejs om de terugslag van de vuurwapens op de borst op te vangen.
Verder moeten aan het scheepsvolk meegegeven worden een vaatje buskruit, 60 bossen lonten en voldoende kogels en vuurstenen, maar dat mag aan land niet verspild worden!
In iedere boot of sloep moet een oxhoofd vers water meegegeven worden met waterpomp en drinkkannen en verder nog 4 galeyvaetjens om het gelande volk steeds water te kunnen brengen en enige zakken brood voor noodgeval.
De ledige "fustagie" (vaten) moeten gereed gehouden worden om aan de wal
met aarde gevuld als borstwering te kunnen worden gebruikt 17.
De volgende dag (9-7) komt Kolonel Uytenhove, commandant ingescheepte Troepen, met een "Generaele ordre voor de drie Brigadiers.18
Een wat wonderlijk geheel omdat hij regels geeft voor het opstellen van de troepen aan wal.
Er zijn drie Brigades die de voorhoede, hoofdmacht en achterhoede vormen.
Een brigade bestaat uit drie bataljons.
Op linie opgesteld staat het bataljon van 8 compagniën in het midden, de beide bataljons van 5 compagniën staan op de vleugels.
De spiessen in het midden en de musketiers op de vleugels.
Verder orders voor het geven van eerbewijs voor het geval de Ruyter aan wal
komt. 19
Een belangrijk gegeven is hier het aanstellen van adjudanten op elk niveau die tot taak hebben bij het hogere echelon berichten op te halen. Een soort berichtendienst avant la lettre!
Het enige amfibische aspect is de opdracht om de orders voor het embarkeren in de "clijne vaertuigen" stipt op te volgen door degene die zijn aangewezen voor de 1e, 2e of 3e "reijse" (tocht)
Een order van de Ruyter stelt gegevens vast voor het plunderen, wat mag wel en wat mag niet. " op pene van daer over exempelaerlyck aan den lijve gestraft worden. 20
Een order van de Kolonel Uijtenhove van 15 juli geeft eindelijk aanwijzingen hoe men moet handelen direct na de
landing 21; òf aantreden volgens de order van 9 juli òf direct de dichtstbijzijnde vijandelijke stelling aanvallen.
In 14 punten komen de volgende zaken nog aan de orde.
De Forquetstokken van de musketten blijven aan boord.
De vendels van de eerste compagnie die aan "lant trapt" zullen bedekt blijven en pas "ontwonden" worden als het hele bataljon aan wal is.
Tamboers die zonder last van een officier "geraes of gekuijp" maken worden gestraft met lijfstraffen.
24 schoten de man uit de scheepsvoorraad
Iedereen draagt een "Root tijcken" op de hoed als herkenningsteken.
20 grenadiers zullen onder leiding van een officier eerst aan wal gaan "versien met een sack waer in 4 hantgranaten leggen, en een in de hant te samen vijf"
De kapitein van het schip zal een order uitgeven hoe iedereen zich in "haer clijne vaertuijg moet begeven"
Punt 6 vermeldt dat er geen kwartier wordt gegeven en geen krijgsgevangenen worden gemaakt.
Zou de vijand "tijdelijck (tijdig) om kwartier roepen"dan wordt dat "promptelijk gegeven, doch alle worden geplunderdt"!
Op 15-7, 5 dagen voor de landing verschijnt dan een zeer belangrijke
landingsorder. 22
Hierbij wordt geregeld welk schip zijn "clijn vaertuijg" naar welk ander schip stuurt om een met name genoemde eenheid op te halen die zich bij een door een speciale vlag herkenbare golfcommandant moet melden, om met deze golf te kunnen landen.
Omdat de Ruyter ook een dergelijke order over het schip van zijn zoon schout bij nacht en eskadercommandant Engel de Ruyter uitgeeft neem ik aan dat alle scheepsbevelhebbers zo'n persoonlijke order hebben gekregen, met in de laatse zin: "expresselyck gelast communicatie off copy aan de commanderende militieofficier te
geven. 23
Verder wordt beschreven dat de vaartuigen, nadat zij hun volk gelost hebben, nieuw volk van de schepen moeten afhalen en zich daarna bij de kust in golfverband moeten ophouden in afwachting van nadere orders.
Ook moeten uit het scheepsvolk grenadiers meegegeven worden met ieder 5 handgranaten. Twee dagen later volgen nog een paar orders voor iedere scheepsbevelhebber.
Zij moeten uit het scheepsvolk eenheden matrozen gereed houden "om eerder secours quam vereijscht te
worden" 24
De rest van het volk moet over de kanons verdeelt worden.
Als laatste volgt nog:
Generale Zeynen en ordre waarin de aangewezen Matrozencompagnieën in golven ingedeeld worden die aan wal een brigade van 370 man moeten formeren.
Al deze orders en regelingen nog eens goed doorlezend moet men concluderen dat de woorden; "maar van dag tot dag met de heer Kollonel Uytenhove gediscoureert en de onse gedachten laeten gaan" zoals de Ruyter in zijn rapport aan de Prins schreef geen loze woorden
waren 25.
Het was voor de Ruyter duidelijk geen kwestie van de militie even afleveren zodat de Troepen kommandant aan het werk kon! Gelukkig mocht de Ruyter zich hier wel mee bemoeien en was alles terdege en minutieus voorbereid!
Overigens bestaat het vermoeden dat de essentie van de orders van de Ruyter overeenkomen met de essentie van de lessen amfibische oorlogsvoering in het begin der jaren 50 van de vorige eeuw door maj.marns. C.G. Lems op het Koninklijk Instituut voor de Marine gegeven.
noten
1 NA1.10.72.02 nr 3 zinsnede uit "Instructie gegeven bij Sijne Hoocheijdt aan M.A. de Ruijter 14 mei 1674"
2 Titel de Ruijter Biografie door G.Brandt
3 Dorren 254-255, blok 366-367 Prud'Homme 289
4 zie noot 1
5 de Jonge DL II 484 Backer Dircks DL I 563
6 Brandt 895-896
7 NA 1.10.72.01 nr 156 Z.D. Ruwe verdeling NA 1.10.72.01 nr 223 Lijste van de name van alle Lant capiteijnen en op wat schip deselve verdeelt sijn
NA 8.01.18 nr139 Rapportage daadwerkelijke sterkte
8 NA 1.01.47 archief Birdom nr 7 patenten voor de Admiraliteiten en schepen voor het jaar 1672 (6-4-1672)
zie ook voorbeeld uit 1660
9 Brandt 887 t/m 889 NA 1.10.72.01/ nr 223
10 De opleiding geschiedde door onderofficieren van het leger
11 NA 1.10.72.02 nr 223 Z.D. "Lijste van, de Namevan alle de Lant capiteijnen en op wat schepen de selve verdeelt zijn"
Eind mei was er al een "Lijste van compagniën landt militie ende haere sterkte die op het Separaat Esquadre sijn
geëmbarkeert" nr 3.01.18 nr 138
12 NA 1.10.47.01 nr 156 Het stuk is niet gedateerd maar iemand heeft er een datum op geplakt 30-5-1674
13 De datum van de officieleaanstelling is echter 28-5. NA 1.10.72.01 nr 223
Dit archief van de Ruijter bevat de volgende aanstellingen: schip vanJ. de Witte (2 compagniën)
Capt. B.L. Bruijn Lt. J. van Cruijs Capt. J. van Maerlant Lt. S.T.
Reiniersz. Gezien de datum zullen dergelijke aanstellingen ook voor het eskader van Tromp verstrekt
zijn.
14 NA 1.10.72 nr 154 "Orders voor 's Lants geëmbarkeerde Militie op een uijtheemse voyage afgezonden"
door M.A. de Ruijter en G. van Uytenhove. 15 NA 1.10.72.01 nr 223
16 In een brief aan C. Fagel klaagde de Ruijter al voor vertrek dat er forse tekorten waren
en dat er b.v. 3 soorten kogels waren (Brandt 893) Men heeft zich dus kennelijk alle moeite gegeven om de juiste maat kogels bij de
verschillende wapens te zoeken.
17 Zou de Ruijter geweten hebben dat de landing op een open vlakte bij Fort Royal zou plaats-
vinden? Een aantal schrijvers wijt het echec aan gebrek aan (terrein)kennis van het eiland.
A.J. Blok 364 ; Dorren 252.
18 NA 1.10.72 nr854
19 Een uiterst merkwaardige order! Men zou hier eerder aanwijzingen zoeken hoe in en uit de
sloepen te stappen, wat te doen bij vijandelijke tegenactie tijdens de landing of hoe je kruit
droog te houden en welke voorraden meegenomen moeten worden.
20 NA 1.10.72,01 nr 223 en 154 Ook het plunderen van magazijnen is nadrukkelijk verboden, maar het uitdelen en
toepassen van "exemplaarlijke straffen" wordt nergens vermeld. Terwijl een aantal
schrijvers zelfs het echec van de hele operatie toeschrijft aan dronkenschap vanwege de
vondst van drtank. zie ook journaal capt. Kint in Nwe Hollandse Mercurius KB 307 201
21 NA 1.10.72 nr 154 "Ordre tot deLandinge met de Eerste Troupes"
22 NA 1.10.72.01 nr 223 voor capt. J. de Witte NA 1.10.72.01 nr 154 voor s'bn E. de Ruijter
23 Een algemene order zoals gebruikt bij de landing bij Harwits in juli 1667 werd niet
aangetroffen NA 1.10.72.01 nr 53 Fol. 215-216
24 zie noot 22
25 Brandt 898

|