|
||
|
|
||
| Voor u gelezen door dr. S.J. de Groot | ||
|
SCHADUWEN OVER DE WOESTIJN |
||
Men kan zich soms afvragen, moet een bepaald boek wel of niet worden geschreven. In het geval van Brouwers boek over de woestijnoorlog in Noord Afrika (1941-1943) is dit gewoon ja. Brouwer heeft een nieuwe aanpak van de geschiedenisbestudering ontwikkeld. Beroepshistorici kunnen hiermee hun voordeel. De auteur analyseerde als een management consulent de strategie, management en organisatie van het Duitse en Britse leger. De onderliggende vraag was waarom presteerde het ene leger beter dan het andere. Hij gebruikte daarvoor een analysemethode die ontwikkeld is in de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Het zogenaamde 7-S model van Peters en Waterman van McKinsey & Company. Dit model bekijkt een organisatie uit meerdere invalshoeken. Strategy, Structure, Systems, Staff, Style, Skills, Shared values. Het idee is dat al deze elementen binnen een organisatie met elkaar samen hangen. Enige kleine aanpassingen aan dit model leverden een verbazing wekkend vernieuwend inzicht in het functioneren, en het waarom, van beide legers. De analyse baseert zich met opzet op secondaire bronnen. Bij het onderzoeken waarom de ene firma meer succes heeft dan de andere neemt men ook een lopend bedrijf door en informeert bij de betrokkenen hoe zij tegen het bedrijf aankijken. Het kan gesteld worden dat het Duitse leger de lessen getrokken heeft uit de 1e Wereldoorlog en het Britse leger niet. Het Duitse leger wilde bij een eventueel nieuw conflict geen herhaling van de soldaten verslindende loopgraafoorlog. Men kan geen soldaten motiveren het land te dienen met een dergelijk vooruitzicht. Het Verdrag van Versailles was een blessing in disguise voor de nieuwe Reichswehr. Gedwongen tot een relatieve kleine weermacht, werden analyses gemaakt van elk aspect van de oorlogsvoering. Van de 4000 officieren werden er 10% opgeleid voor staffuncties. De individuele inzichten van de militair in alle geledingen werd gerespecteerd en benut. Het terugkoppelen van het handelen van de eenheden te velde volgens door de General Stab breed gestelde objectieven was essentieel. De Auftragstaktik, Het Führen durch Auftrage integenstelling tot de Befehlstaktik, zoals de Britten dit eisten. De opleiding binnen elk dienstvak en het samen functioneren in plaats van het elkaar zo veel mogelijk mijden, van de verschillende onderdelen. De Führung und Gefecht der Verbunden Waffen werd in het Duitse leger geoptimaliseerd, dit in tegen stelling tot het Britse leger. De Duitsers kwamen tot een moderne gevechtsdoctrine, de Britten niet.De inleidende hoofdstukken, steeds per onderdeel kort samengevat, behandelen de beide legers in de periode 1918-1941. De houding van de officier t.o.v. de onderofficier en manschappen is in beide legers totaal tegengesteld. The other ranks werden niet in staat geacht enig bruikbaar inzicht te bezitten. De sleutelfunctie van de onderofficier werd niet onderkend in het Britse leger. De volgende zes hoofdstukken beschrijven in het raamwerk van de analyse, de woestijnoorlog in Noord Afrika. De centrale figuur is natuurlijk Rommel. Zijn inzichten over de oorlogsvoering in de woestijn zijn nog steeds actueel, denk aan Sinai en de Golf oorlogen. Het is fascinerend beschreven, doorspekt met pakkende citaten en elk hoofdstuk werd samengevat en een ”Reflecties voor leidinggevenden” toegevoegd. Het boek sluit af met “Afronding en conclusies”, terugkoppelend naar de “7-S”(in feite 6-S) worden de ontwikkelingen samengevat. En met “Hoe nu verder? Ideeën voor management en organisatie”. Voorts met twee bijlagen over de Gevechtseffectiviteit en litteratuur. Een klein aantal niet echt storende fouten werden opgemerkt. O.a: Laeger/leager (77); Flakgeschut, beter Flak [Fliegerabwehrkanone] of Fla-geschut (de term die gedurende de oorlog in het Nederlands werd gebezigd) of nog beter luchtafweergeschut (bv.190); tankilometeracht= raadsel (201); Keil=wig (239), niet driehoek; Artillerieobservatoren [artilleryobservers] juister artilleriewaarnemers (263). Ter informatie p.172, het gebruik van de Duitse term abschiessen, bij de rol van 88 mm Flak als anti-tankkanon is niet opmerkelijk. In de jacht spreekt men ook van abschiessen (afschieten) van wild. Men moet niets meer in het Duits lezen dan wat er staat; p 247, de beschreven tactiek van Gatehouse was niet nieuw. Ondersteuning van 25-ponders van de M3 Stuarttanks, als beschreven, werd in 1812 al vermeld als tactiek voor de bereden artillerie om de cavalerie te ondersteunen. Gatehouse, als cavalerist, paste een oud recept toe. Samenvattend een fascinerende, vernieuwende studie. Het aanschaffen en lezen zeer zeker waard. |
||
|
|
||
|