Voor u gelezen Startpagina Mars et Historia

VOOR U GELEZEN DOOR
Prof. dr. Wim Klinkert

Tropenjaren. Ploppers en Patrouilles.
Het dienstplichtig 2e Eskadron Huzaren van Boreel in Nederlands-Indië 1947-1950.

Door Jacques A.C. Bartels, Amsterdam (De Bataafsche Leeuw) 2008, 470 blz., geïllustreerd,
ISBN 978 90 6707 633 3

In de militaire geschiedschrijving wordt de laatste decennia steeds meer aandacht besteed aan de ervaringen van de ‘gewone soldaten’. Wat wel aangeduid wordt als new military history begon in 1976 met het inmiddels klassieke werk van John Keegan, The Face of Battle. Hierin beschrijft hij hoe soldaten de grote veldslagen van Agincourt, Waterloo en de Somme beleefden. Dat levert een geheel ander verhaal op dan de traditionele beschrijving, gericht op de besluitvorming van commanderend generaals. Internationaal is inmiddels een groot aantal van dergelijke studies verschenen. Voor de Nederlandse situatie is een gedetailleerde beschrijving van gevechtsacties vanuit het perspectief van de deelnemers ‘op de gond’ moeilijker, gezien de beperktere operationele inzet van de Nederlandse krijgsmacht. De krijgsverrichtingen in Nederlands-Indië vormen hierop een uitzondering. Ruim honderdduizend Nederlandse militairen waren in de jaren 1946-1949 actief in de archipel, niet alleen tijdens de Politionele Acties maar ook in de perioden daaromheen in een jarenlange guerrilla. Hierover is in de loop der jaren veel gepubliceerd, ook over de belevenissen van ‘jan soldaat’. Kan Bartels, in zijn omvangrijke en fraai uitgegeven boek hier nog iets aan toevoegen? Ik denk het wel.

Bartels beschrijft de ervaringen van het 2e eskadron Huzaren van Boreel vanaf het moment van opleiding in Amersfoort in het najaar van 1947 tot dat van terugkeer uit de Oost in het voorjaar van 1950. Het eskadron maakte dus zowel de Tweede Politionele Actie van december 1948 mee als, en dat is wellicht nog belangrijker, de periode waarin de ‘pacificatie’ het felst was. Met andere woorden, een periode van guerrilla-oorlogvoering die de bloedigste fase van het Nederlandse optreden in Indië vormde. Juist in die guerrilla-fase, waarin de troepen van de Republik Indonesia met succes gebruik maakten van strijdmiddelen als trekbommen, leed het eskadron veruit de meeste slachtoffers. Van de 240 man keerden veertien man niet terug, waarvan twaalf door “IED’s”.

Maar niet alleen is van belang dat dit boek zo’n lange periode van de Indische gevechtservaring beschrijft, bovendien is een sterk element dat zo veel primair bronnenmateriaal van de huzaren benut kon worden. Goed speurwerk en de onderlinge contacten tussen de veteranen leverden dagboeken en fotoalbums op, aangevuld met de herinneringen die nu nog vaak zo scherp de het netvlies van deze oud-militairen staan. De basis van Bartels’ onderzoek vormden de brieven van zijn vader, de in 1992 overleden bekende cavalerieofficier J.A.C. Bartels, de belangrijke aanvullingen vanuit andere leden van het eskadron maken het beeld compleet. Dan wordt duidelijk hoe een cavalerie-eenheid in feite als een infanterie-eenheid, in een vreemde, vijandelijke omgeving tegen een vaak onzichtbare vijand moest vechten. Juist de vele verplaatsingen van de verkenners maakten hen kwetsbaar voor bermbommen, snipers en andere gevaren. 

Bartels’ bronnenmateriaal laat ons bijna van dag tot dag de belevenissen beleven. De emoties die hierbij optreden zijn de klassieke emoties van elke soldaat die zo’n enerverende periode, vol onvoorspelbare gebeurtenissen meemaakt. Die herkenbaarheid maakt dit boek niet alleen als document voor in de Indische gevechtservaring van belang, maar ook als spiegel voor huidige militairen in uitzendgebieden. In deze zin doet het boek denken aan Richard Holmes’ Acts of War, een boek dat iedere militair zou moeten lezen omdat het de universele ervaring van het gevechtsveld zo beeldend weergeeft aan de hand van persoonlijke ervaringen uit alle tijden. Bartels geeft goed inzicht in het patrouillelopen, soms dagen achtereen, zowel bij dag als nacht maar ook de beleving van de eerste gesneuvelde – september 1948- en als contrast perioden van verlof en sleur tot ‘hoogtepunten’ als het bezoek van Sint-Nicolaas en de viering van kerst. Maar ook geeft hij inzicht in de worsteling met de onzekerheid wanneer de missie zou aflopen en met de besluiten van de ‘grote politiek’ die, ver boven de hoofden van de soldaten vaak in zo schril contrast stond met hoe zij de werkelijkheid van het gevechtsveld beleefden. Met andere woorden, het boek geeft een goed beeld van de uitzichtloosheid van een slepend guerrilla-conflict en dat is maar al te herkenbaar vanuit de vele vergelijkbare conflicten.

De belevenissen van het eskadron beslaan veruit het grootste deel van Bartels’ boek, van p. 30 tot 385. Ze worden gevolgd door enkele toegiften: een letterlijke transcriptie van de brieven van majoor Bartels ( november 1947 – februari 1949) en twee aanvullende hoofdstukken. De eerste behandelt de lotgevallen van de huzaren, toen jonge twintigers, na hun terugkeer in Nederland. Bartels concludeert dat zij hun draai snel hebben kunnen vinden en een maatschappelijke carrière hebben kunnen opbouwen (p. 438). Het tweede gaat in op huzaren die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitse dienst waren getreden. Bartels stelt dan minstens acht huzaren uit het eskadron een ‘gemengde carrière’ hadden (p. 443), van twee van hen geeft hij een uitvoerige biografie. Dit is een interessante bijdrage aan een moeilijke episode uit de Nederlandse militaire geschiedenis. Opvallend is dat de mede-huzaren, die wisten van het oorlogsverleden van hun collega’s, daarvan geen punt maakten.

Het boek is voorzien van vele foto’s uit privéalbums, altijd een originele bron, en van fraai kaartmateriaal verzorgd door NIMH. Jaap de Moor tekent voor het voorwoord. Het boek is een mooi voorbeeld van wat operationele geschiedenis in de lijn van new military history kan zijn. Van zulke geschiedschrijving kunnen we nooit genoeg hebben. 

Prof. dr. Wim Klinkert
Hoogleraar Militaire Geschiedenis Nederlandse Defensie Academie/ Universiteit van Amsterdam

Bron: Militaire Spectator Jaargang 177 nummer 12-2008


Ook voor U gelezen:
- De oorlogsbrieven
- Schaduwen over de woestijn
- Menno van Coehoorn
- Boven de Wadden Dag en Nacht - Vliegen en Vechten bij de Maas - Ede in Wapenrok
- Merck toch hoe sterck - Atlas van historische vestingwerken (Zeeland) - Limes en Linie
- Gehalveerde Mensen - Van Breda naar Biak
- Ik had mijn roode-kruis band afgedaan - Varma - Londen of Berlijn
- Zwijndrecht 1940 - 1945
- Van stiefkind tot ....  - Militairen aan het hof - De grote oorlog - 'Begin en Voltooi'
-
Karl Haushofer en het nationaal-socialisme

Copyright © Mars et Historia. Alle rechten voorbehouden.
Herzien: 28 December 2008