|
||
|
|
||
|
VOOR U GELEZEN DOOR Theo Postma |
||
|
|
||
|
||
|
De titel wordt duidelijker als men de titel van het voorgaande boek ziet: ”Vrij van zichtbare gebreken”. Als je in de negentiende eeuw bij de marine kon lopen werd je goedgekeurd. Dat is in de twintigste eeuw gelukkig veranderd, zo valt in dit boek te lezen. Alle denkbare onderwerpen komen aan bod. De auteur behandelt de organisatie, onderdelen (o.a.marinehospitaal Overveen, sociaal-medische dienst Driehuis) en de geschiedenis van de dienst. Vervolgens komen de vele verschillende technische en maatschappelijke aspecten aan bod: tandheelkunde, luchtvaart, duiken, mariniers, vrouwen, leven aan boord, voeding, etc. Tot slot wordt honderd jaar inzet overzee: Boerenoorlog, China, Eerste en Tweede Wereldoorlog, Nieuw Guinea, vredesoperaties en humanitaire assistentie. Ondanks de wetenschappelijke benadering van het onderwerp - met uitgebreid notenapparaat, namenregister en bibliografie - is het boek niet alleen geschikt voor artsen maar door een onderhoudende schrijftrant ook zeer leesbaar voor een breder publiek dat ook in het onderwerp is geïnteresseerd. |
||
|
|
||
|
VOOR U GELEZEN DOOR Willem Plink |
||
|
||
|
Over het Militaire Huis van de Nederlandse Vorsten is nooit een publicatie verschenen zij het wat summiere geschriften die voornamelijk handelden over de uniformering. Het Militaire Huis verricht al meer dan anderhalve eeuw taken voor het Koninklijk Huis. Het “gewone” publiek weet eigenlijk nauwelijks iets van de taken van het Militaire Huis en een groot aantal militairen evenmin. Men ziet bij het optreden van de Koningin wel dat er een adjudant Haar begeleidt, dat de adjudanten hoogwaardigheidsbekleders ontvangen aan de ingang van het paleis, meegaan naar bezoeken aan het buitenland, en dan houdt de kennis in het algemeen op. Een bekend cabaretier maakte er zelfs enigszins een karikatuur van door de suggestie in een van zijn sketches als belangrijke functionaris aan het hof, dat bij de verjaardagsdefilé de adjudanten degenen waren die de “kruidkoeken en ander goed bedoelde prullaria achter de rododendrons donderden”. Niet is minder waar. Het doet tekort aan de belangrijke taak die het Militaire Huis vervult. Het boek is een initiatief van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en geschreven door Jeoffrey van Woensel die er een indrukwekkend blijk van waardering heeft gemaakt voor de wijze waarop alle leden van het Militaire Huis hun taken vervullen. De schrijver geeft op een prettige en onderhoudende wijze de geschiedenis weer van af de instelling door Koning Willem III tot de dag van vandaag. Koning Willem III richtte het huis op als een soort liaison tussen hem en de generale staf in zijn streven om zo veel mogelijk invloed te hebben op de krijgsmacht als opperbevelhebber. Dat dit opperbevelhebberschap sinds de grondwetswijziging van1848 in feite alleen een ceremoniële taak inhield besefte hij pas veel later. Tegenwoordig hebben de adjudanten van de Koningin een veelomvattende taak waarbij hun inbreng in de voorbereiding van veel taken van de Koningin de belangrijkste is. Aan een optreden van Haar in het openbaar gaat maanden van voorbereiding vooraf. Bij ceremoniële plechtigheden als het uitreiken van een vaandel hebben de adjudanten een groot aandeel in de voorbereidingen en de uitvoering. Een reis van de Koningin naar het buitenland heeft voor de Haar vergezellende adjudanten uiteraard veel plezierige kanten, maar achter de schermen verrichten zij een drukke taak. Het telt 188 pagina’s en is rijkelijk voorzien van foto’s en tekeningen. Een aanrader! |
||
|
|
||
|
VOOR U GELEZEN DOOR Theo Postma |
||
|
||
|
In deze Kroniek zijn drie scripties, origineel geschreven in het Engels, onvertaald opgenomen. Opvallend is dat bij de eerste en laatste bijdrage de nadruk ligt op literaire aspecten. De middelste is wel van zuiver historische aard zoals in de voorgaande acht Kronieken. De eerste bijdrage is de scriptieprijs 2005 van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog. Hierin analyseert drs. A.O. Groote, afgestudeerd in moderne Britse letterkunde, de ‘Regeneration’-trilogie van Pat Barker. - Barker beschrijft de ervaringen van fictieve en historische figuren in de Eerste Wereldoorlog en weet hierbij de lezer op een actieve manier te betrekken. - De winnares levert een goede literaire analyse, maar ik kreeg slechts indirecte informatie over de Eerste Wereldoorlog. Wel werd ik enthousiast gemaakt voor de trilogie van Pat Barker die ik ondertussen bij een antiquariaat heb aangeschaft. Om de bijzondere keuze van de jury te verduidelijken volgt hier het juryrapport: - - - Dan, tenslotte, wil ik de door de jury bekroonde winnaar van de scriptieprijs 2005 aan u voorstellen. Het thema van dit werkstuk is eigenlijk niet de Eerste Wereldoorlog zelf, maar een romantrilogie die vermoedelijk meer dan enige andere heeft gediend om de huidige generaties zich te laten inleven in de ervaringen van soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog. De winnende scriptie heet The Regeneration Trilogy en gaat natuurlijk over het grote werk van de Engelse schrijfster Pat Barker. De auteur is Guusje Groote en zij is begeleid door Dr. Diederik Oostdijk van de Vrije Univsersiteit. Naar het oordeel van de jury munt deze scriptie uit door originaliteit en diepgang. Dit neemt niet weg dat het Engelstalige betoog helder is opgebouwd en uitstekend is te volgen. De auteur doet verslag van een speurtocht naar de drijfveren van Pat Barker en de grote thema’s die zij aanroert. Dat zijn: de werking van herinnering van degenen die de oorlog als frontsoldaat hebben beleefd, de betekenis van hun zelfbeeld en identiteit, en hun wezenlijke emoties: angst en afschuw. Barker’s werk, zo betoogt Guusje Groote, beoogt voortdurend de lezer van nu te engageren met de emoties van de Grote Oorlog. Dit vergt van die lezer de bereidheid om als het ware deel te gaan nemen aan het verhaal. De romanschrijver kan verder gaan dan de historicus bij het beroep op de participerende verbeelding van de lezer en de scriptie ontrafelt op fascinerende wijze de technieken die Pat Barker daarvoor toepast. Zo kunnen historici op hun beurt leren, dat het voor hun vak van fundamenteel belang is, zich voortdurend rekenschap te geven van de manier waarop menselijke emoties en gevoelens zich indertijd manifesteerden en hoe ze ook vandaag nog tot ons kunnen spreken. - - - De tweede bijdrage boeide mij meer. Deze is van dr. Maartje Abbenhuis die als docent werkzaam is aan het History Department van de University of Auckand, New Zealand. Hierin beschrijft zij, op onderhoudende en heldere wijze, de problemen die Nederland ondervond, tijdens de Eerste Wereldoorlog, bij het handhaven van haar neutraliteit tussen de grote mogendheden. De laatste bijdrage van drs. A. Niemeijer, bestaat uit een vergelijkende studie van de levens van de Engelse dichter Siegfried Sassoon en de Schotse historicus Robert Mackie, zijn overgrootvader. De biografieën van twee officieren, met vergelijkbare achtergrond en opleiding, tijdens de Eerste Wereldoorlog spraken mij meer aan dan de analyse van de invloed die de oorlog op hun werk heeft gehad. |
||
|
|
||
|
VOOR U GELEZEN DOOR Hans Berfelo |
||
|
RECENT VERSCHENEN BROCHURES VAN DE SECTIE LUCHTMACHTHISTORIE |
||
|
||
|
Op 1 november 1951 richtte de Koninklijke luchtmacht (KLu) in Delft een bedrijf op voor de revisie van straalmotoren. Dit bedrijf werd in 1953 overgeplaatst naar de Vliegbasis Woensdrecht en ging vanaf toen Straalmotorenwerkplaats (SMW) heten. Alhoewel normaal deel uitmakend van de KLu-depots heeft de SMW toch een bijzonder en op sommige punten afwijkend karakter gehad. Zeker in de eerste decennia van haar bestaan vertoonde de SMW naast een grote mate van zelfstandigheid een zeer vooruitstrevende technische ontwikkeling. Slechts weinig NAVO-luchtmachten konden beschikken over een eigen straalmotorenrevisiebedrijf met een vergelijkbaar technisch niveau als dat van de SMW. Dit was onder meer de reden dat in de jaren '60 het werkpakket voor het grootste deel afkomstig was van andere NAVO-partners. Uiteindelijk verloor de SMW, die toen Depot Straalmotoren (DSM) tevens Vliegbasis Woensdrecht was gaan heten in 1990 haar zelfstandigheid. In dat jaar werd de samenvoeging met het Depot Vliegtuigmaterieel (DVM) een feit en ontstond het Klu-onderdeel Depot Mechanisch Vliegtuigmaterieel en Straalmotoren (DMVS). Deze brochure beoogt de beknopte geschiedenis van de SMW over de periode 1951 tot 1990 weer te geven. De SMW is behalve tijdens een korte beginperiode in Delft altijd gelokaliseerd geweest op de Vliegbasis Woensdrecht. In sommige perioden vonden er geen of weinig activiteiten op deze vliegbasis plaats en vertolkte de commandant SMW tevens de rol van commandant Vliegbasis Woensdrecht. Deze brochure beperkt zich echter louter tot de geschiedschrijving van de SMW en vermeldt slechts die 'Woensdrecht-gebeurtenissen' die een belangrijke invloed hebben gehad op de activiteiten bij de SMW. Voor alle duidelijkheid zij opgemerkt dat naast de feitelijke geschiedschrijving bij sommige onderwerpen de persoonlijke mening van de schrijver tussen de regels door herkenbaar is. De brochure 'Begin en Voltooi' is de geschiedenis van een bedrijf, waar onder meer de organisatie, het personeelbeleid en personeelsvereniging worden beschreven. Voor de Koninklijke Luchtmacht is het van belang dat de geschiedenis van al haar onderdelen wordt vastgelegd, daarnaast is het een mooie herinnering aan hoe het was voor diegenen die daadwerkelijk bij SMW hebben gewerkt of een relatie daarmee hadden. Deze brochure is tot stand gekomen in samenwerking met de voormalige Sectie Luchtmacht Historie De brochure kost € 6,50 en is verkrijgbaar bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), Postbus 90701, 2509 LS Den Haag, telefoon 070-3165335, e-mail nimh@mindef.nl en in de museumwinkel 'De Brik' in het MLM.
Na de bevrijding van het zuiden van Nederland en later na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog ontstond er bij de Nederlandse luchtstrijdkrachten een grote behoefte aan opleidingscapaciteit. Die werd gevonden in Groot-Brittannië. Vele Nederlanders hebben in de periode van eind 1944 tot begin 1947 aldaar hun elementaire en vervolgopleiding ondergaan. Het Recruit Training Centre Cardington van de Royal Air Force (RAF) vervulde daarbij een bijzondere rol. Bij dit opleidingscentrum kreeg het merendeel van de Nederlandse oorlogsvrijwilligers die zich in Eindhoven en later op Ypenburg hadden gemeld hun elementaire militaire opleiding. Degenen die bestemd waren voor een technische functie bij het grondpersoneel verbleven gemiddeld vier maanden op Cardington en werden vervolgens overgeplaatst naar een van de technische opleidingsscholen van de RAF om daar hun opleiding voort te zetten. Zij die in aanmerking kwamen voor een opleiding tot luchtvarende werden vrij snel van Cardington overgeplaatst naar Bridgnorth. Nu, ruim 60 jaar later, blijkt dat de bekendheid van Cardington praktisch is vervaagd. Toch vervulde deze plaats een belangrijke rol in de ontstaansgeschiedenis van wat nu de Koninklijke Luchtmacht heet. Daarom is het de moeite waard de achtergrond van Cardington nader te bezien. Toen op 15 juli 1946 de Nederlandse School of Technical Training te Langham werd opgericht werd deze school bemand met instructeurs van bij de RAF geschoolde Cardington-veteranen. Geen wonder, dat de vrijwilligers die in Cardington hun diensttijd aanvingen zich dat onderdeel met trots herinneren en Cardington hoog in het vaandel hebben staan. Deze veteranen zijn inmiddels de tachtigjarige leeftijd genaderd of ouder, maar ondanks die leeftijd waren de reacties van hen op de oproepen om informatie overweldigend en de bijdragen die zij instuurden de moeite waard. Die inzendingen maakten het mogelijk om een goed beeld van die roerige tijd te schetsen. Een tijd waarin jonge mannen zich geroepen voelden om na een periode van onderdrukking en vervolging zich als oorlogsvrijwilliger in te zetten voor een vrij Europa en een vrije wereld. Dit relaas over Cardington is meer dan alleen een verhaal over de rol die deze plaats heeft vervuld tijdens twee wereldoorlogen. Het handelt ook over vele facetten van vooral de Tweede Wereldoorlog en over de motieven van de vrijwilligers en hun idealen. |
||
|
|
||
|