Kwartaalblad kopij Startpagina Mars et Historia

Richtlijnen voor het insturen van kopij voor Mars et Historia, ISSN 0928-5156, kwartaalblad van de Nederlandse Vereniging voor Militaire Historie, www.marsethistoria.nl

Algemeen

Het blad verschijnt in de maanden februari, mei, september en december en biedt jaarlijks plaats aan circa zestien (recensie)artikelen en vier boekrecensies. De redactie werkt met een jaarplanning die op 1 september wordt vastgesteld. Gelieve daarom uw suggesties/artikelen medio het lopende kalenderjaar in te leveren. Kopij in de vorm van kleine berichten voor de respectieve nummers van de lopende jaargang kunnen ingeleverd worden op uiterlijk 15 december (voorgaande jaar), 15 maart, 15 juli en 15 oktober.

N.B.: de redactie ziet bij voorkeur dat auteurs niet op voorhand artikelen insturen maar eerst contact opnemen met de hoofdredacteur.


1. Omvang (recensie)artikel
Circa 2.000/3.000 woorden.


1.1 Omvang boekbespreking
Circa 800 woorden.


2. Onderwerpen
Welkom zijn bijdragen over aspecten van de Nederlandse militaire geschiedenis in de ruimste zin; geschiedenis, tradities, uniformen, emblemen, wapens, en onderscheidingen, enzovoort, en het ceremonieel van de militaire en semi-militaire organisaties, meer in het bijzonder die van Nederland en die in de (voormalige) overzeese Rijksdelen. Een goede leidraad voor onderwerpen waar de belangstelling naar uit gaat is voorts de lijst van afdelingscorrespondenten van de verenging.


3. Spelling
In principe zijn de geldende regels van de Nederlandse grammatica en spelling van toepassing. Belangrijke hulpmiddelen kunnen zijn de actuele edities van de Van Dale en het Groene Boekje. Een handig boek is daarnaast de Schrijfwijzer. Maar let u ook op de rode en groene markering in uw tekstverwerkingsprogramma Word, indien van toepassing. Het advies is dan ook de grammatica- en spellingscontrole in uw document (in het menu < Extra > Opties > Spelling en grammatica > Spelling controleren tijdens typen > Grammatica controleren tijdens typen >) aan te zetten! Let op: laat u ook niet misleiden door dit programma, het is niet zaligmakend.


4. Indeling artikel

Een artikel heeft een titel of een hoofdtitel en een ondertitel.

Na de titel volgt een witregel en vervolgens de naam van de auteur (met academische titel, militaire rang (b.d.), etc., gevolgd door een spatie, een liggend streepje en nog een spatie, en daarna wordt indien van toepassing de (voormalige) functie van de auteur opgegeven. Voorbeeld:

Drs. Jan Jansen – wetenschappelijk medewerker Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam

Of:

Luitenant-kolonel b.d. Jan Jansen – oud-officier van de cavalerie

Het artikel is opgebouwd uit hoofdstukken/paragrafen met tussenkopjes. Na elk gedeelte volgt een witregel, dan het tussenkopje, weer een witregel en vervolgens de tekst van het volgende gedeelte.Voorbeeld:

[hoofdtitel]

[ondertitel]

[tussenkopje]

[tekstblok]

[tussenkopje]

[tekstblok]


5. Alinea’s

Elke nieuwe alinea binnen de tekstblokken wordt ingesprongen met een tab. Dit is voor de redactie duidelijker. In de definitieve opmaak zullen de tabs door de redactie verwijderd worden.


6. Illustraties

Enkele illustraties zijn vereist en in beginsel moet de auteur daar zelf voor zorgen. Dit kan afhankelijk van de omvang van de tekst, de vereiste/gewenste grootte van de afbeeldingen, de verdere beschikbare ruimte in het bewuste nummer, alsmede de opmaak, oplopen tot 6 ŕ 8, 9 illustraties. Van illustraties moeten de digitale bestanden zo groot mogelijk aangeleverd worden, dat wil zeggen 3 tot 5 mb, maar groter mag ook.

Kleurenillustraties zijn ook welkom aangezien het omslag zowel van binnen als van buiten in kleur wordt gedrukt. Afbeeldingen die in kleur beschikbaar zijn kunnen behalve in zwart-wit in de tekst eventueel ook aan de binnenzijde en op de achterkant in kleur worden afgedrukt. En er kan een afbeelding als (voor)omslag illustratie dienen.


7. Bijschriften

Illustraties moeten worden voorzien van een bijschrift. Het bijschrift dient te bevatten:
1. Beschrijving van de voorstelling of een titel. Als het een titel betreft, bijvoorbeeld van een schilderij of een prent, dan moet die tussen dubbele aanhalingstekens geplaatst worden, net als bij citaten, zie 11.
2. Als de maker van een kunstwerk bekend is dan wordt die opgegeven voorafgaand aan de titel en gevolgd door een komma. Van de kunstenaar worden alleen initialen opgegeven en de levensjaren hoeven niet vermeld te worden.
3. Na de beschrijving of titel wordt de techniek van het werk opgegeven, bijvoorbeeld Olieverfschilderij op doek. Als het een foto betreft kan de vermelding Foto achterweg blijven, tenzij bekend is dat het om een bijzondere fotografische techniek gaat, zoals een daglicht-gelatine-zilverdruk. Als de maker van een foto bekend is dan mag die ook vermeld worden, maar niet voorafgaand aan de beschrijving of titel, maar daarna. De techniek wordt afgesloten met een vermelding of schatting van de datering van de voorstelling. Als het een foto betreft, waarbij zoals gezegd de mededeling “Foto” achterwege blijft, kan de datering direct na de beschrijving of titel opgegeven worden.
4. Tot slot volgt de bron en/of verblijfplaats van de illustratie. Als het een boekillustratie betreft wordt opgegeven uit welk boek de illustratie afkomstig is en in welke collectie of in wiens bezit dat is. Voorbeelden:

J. Hoynck van Papendrecht, Manoeuvres met Gele Rijders. Olieverf op doek, 1893.
Legermuseum, Delft, nr. …

J. Hoynck van Papendrecht, “Manoeuvres met Gele Rijders”. Olieverf op doek, 1893.
Legermuseum, Delft, nr. …

Manoeuvres met Gele Rijders, 1893.
Collectie auteur.

Manoeuvres met Gele Rijders. Foto C. Westerborgh, Arnhem, 1893.
Collectie auteur.

Manoeuvres met Gele Rijders. Daglicht-gelatine-zilverdruk, maker C. Westerborgh, Arnhem, 1893.
Collectie auteur.

Manoeuvres met Gele Rijders. Illustratie in: M.J.E. Virulij van Pouderoijen, Korte geschiedenis der Nederlandsche Rijdende Artillerie (Arnhem 1893).
Collectie auteur.


8. Annotatie
Enkele relevante (voet)noten zijn toegestaan.


9. Bronnen- en literatuurvermelding
Aan het einde van het artikel onder een kopje Bronnen, Literatuur of Bronnen en literatuur, e.e.a. is afhankelijk van het materiaal. Als het gaat om gedrukte bronnen dan kan dat onder een kopje Bronnen en Literatuur geplaatst worden.

Bronnen worden als volgt opgegeven:

Bronnen

Nationaal Archief, Den Haag, Notulen van de Ministerraad, 21 en 24 maart 1969.

Literatuur wordt als volgt opgegeven:

Literatuur

[boek] Bevaart, Willem, Bronbeek. Tempo doeloe der liefdadigheid (Utrecht 1998).

[artikel] Ojen jr., G.J. van, ‘Studiecentrum van onze krijgsgeschiedenis 70 jaar 1891- 24 april 1961’, in: De militaire spectator 4 (1961) 148-150.

Een verwijzing naar een bijdrage in een bundel wordt op dezelfde manier opgegeven als bij een artikel.


10. Bronnen- en literatuurverwijzingen in de noten.
Dit gebeurt op dezelfde manier als in de bronnen- en literatuurlijst, zie 9. Als voor de tweede maal naar dezelfde bron wordt verwezen dan wordt niet meer de volledige bron opgegeven. Voorbeeld:

1. Bevaart, Willem, Bronbeek. Tempo doeloe der liefdadigheid (Utrecht 1998) 50.
2. Bevaart, Bronbeek, 51.

Ook als wel voor de tweede maal maar niet achtereenvolgens naar dezelfde bron wordt verwezen kan worden volstaan met de verkorte versie, bijvoorbeeld:

1. Bevaart, Willem, Bronbeek. Tempo doeloe der liefdadigheid (Utrecht 1998) 50.
2.
3. Bevaart, Bronbeek, 51.

Als drie of meer keren achter elkaar naar de volgende bron wordt verwezen kan vanaf de derde keer worden volstaan met Idem en het paginanummer, bijvoorbeeld:

1. Bevaart, Willem, Bronbeek. Tempo doeloe der liefdadigheid (Utrecht 1998) 50.
2. Bevaart, Bronbeek, 51.
3. Idem, 52.
4. Idem, 53.

Als de derde verwijzing betrekking heeft op dezelfde pagina kan worden volstaan met Ibidem, bijvoorbeeld:

1. Bevaart, Willem, Bronbeek. Tempo doeloe der liefdadigheid (Utrecht 1998) 50.
2 Bevaart, Bronbeek, 51.
3. Ibidem, 52.
4. Idem, 53.

Ook verwijzingen naar archiefbronnen en vooral de instanties waar deze bewaard worden kunnen in geval van herhalingen worden vereenvoudigd, bijvoorbeeld:

1. Nationaal Archief (NA), Den Haag, Notulen van de Ministerraad, 21 en 24 maart 1969.
2. NA, Notulen van de Ministerraad, 21 en 24 maart 1969.
3. Ibidem.

Of :

Idem, 26 maart 1969.


11. citaten

Citaten in de lopende tekst worden tussen dubbele aanhalingstekens geplaatst, bijvoorbeeld:

“De vuurproef van het regiment”

Citaten worden dus niet (ook) gecursiveerd. Lange citaten mogen eventueel met een witregel ervoor en erna ingesprongen worden, bijvoorbeeld:

Xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx.

Xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx.

Xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx.

De aanhalingsteken blijven hierbij uiteraard achterwege.

Afhankelijk van het citaat en de lengte kan dit zelfs de voorkeur hebben.


12. Boekbeschrijving recensieartikel/boekbespreking

Een recensieartikel begint met een beschrijving van het gecenseerde werk en bevat de volgende elementen.

Regel 1: Auteursnaam (zoals vermeld in het boek), gevolgd door een komma, titel van het werk (cursief), een punt.
Regel 2: Naam van de uitgeverij (Uitgeverij …)
Regel 3: Aantal pagina’s (… p.), eventuele illustraties (geďll.), uitvoering (gebonden: geb. of ingenaaid: ing.)
Regel 4: ISBN (indien van toepassing)
Regel 5. de prijs, voorafgegaan door een Euroteken.

Voorbeeld:

Wim Adriaansen, Jons Viruly 1905-1986 vlieger en schrijver. Vleugels aan het woord gegeven.
Uitgeverij Aprilis, Zaltbommel
386 p., geďll., geb.
ISBN 978 90 5994 223 3
€ 29,25

De naam van de recensent volgt aan het eind van de recensie met een witregel ertussen.


13. Publicatie

Het staat in principe iedereen, ook niet-leden, vrij om in Mars et Historia te publiceren.


14. Aanpassing/weigering

De redactie behoudt zich te allen tijde het recht voor bijdragen te redigeren of te weigeren.


15. Plaatsing

De redactie bepaalt wanneer een stuk geplaatst wordt en kan indien onverhoopt nodig haar eerdere standpunt ten aanzien daarvan wijzigen.


16. Aanlevering

In principe wordt uitsluitend kopij in elektronisch vorm geaccepteerd, bij voorkeur aangeleverd per e-mail, grote beeldbestanden uitgezonderd.


17. Rechten

De auteur kan geen rechten ontlenen aan een publicatie in Mars et Historia. Met publicatie in Mars et Historia geeft de auteur automatisch toestemming het stuk eventueel ook in andere vorm te verspreiden, waarbij vooral te denken valt aan plaatsing op de website van de vereniging. De auteur is zelf verantwoordelijk voor eventuele rechten op afbeeldingen die hij of zij aanlevert.




De redactiecommissie. Versie 2009.1
1


Copyright © Mars et Historia. Alle rechten voorbehouden.
Herzien: 25 april 2010